robotgeassisteerde overbruggingsoperatie

Gecontroleerde opbouw
Een overbruggingsoperatie aan het hart uitvoeren zonder het borstbeen te openen. Sinds 2015 gebeurt dat in ons Hartcentrum met behulp van een operatierobot. Onlangs werd de 500ste robotgeassisteerde overbruggingsoperatie uitgevoerd.
Voor dr. Herbert De Praetere, diensthoofd cardiochirurgie, ligt de betekenis van die mijlpaal vooral in wat erachter zit: een programma dat tien jaar lang rustig en gecontroleerd werd opgebouwd, en een team van cardiologen en cardiochirurgen dat per patiënt, en zelfs per bloedvat, bepaalt welke behandeling het meest aangewezen is.
Wat de robot precies doet
Bij een klassieke overbruggingsoperatie, ook wel bypassoperatie genoemd, wordt het borstbeen centraal geopend om het hart te bereiken. De robotgeassisteerde techniek verloopt anders.
“Door gebruik te maken van onze robotchirurgie wordt een overbruggingsoperatie uitgevoerd zonder sternotomie, dus zonder het borstbeen te openen”, legt dr. De Praetere uit.
Met behulp van de robot maakt de chirurg via een zijdelingse toegang een bloedvat achter het borstbeen vrij. Dat bloedvat wordt gebruikt om de vernauwing of verstopping in een kransslagader te overbruggen. Vervolgens maakt de chirurg een kleine incisie van vier tot vijf centimeter tussen de ribben. Via die opening wordt het vrijgemaakte bloedvat op de kransslagader ingehecht. Zo ontstaat een nieuwe route waarlangs de hartspier opnieuw voldoende bloed en zuurstof krijgt.
De ingreep heeft hetzelfde medische doel als een klassieke overbruggingsoperatie. Het verschil zit in de manier waarop de chirurg het hart bereikt.
Gezond innovatief
Dr. De Praetere startte in 2015 met robotchirurgie in Bonheiden.
De opstart gebeurde bewust voorzichtig. De selectievoorwaarden waren strikt en de eerste jaren bleef het aantal ingrepen beperkt tot twintig à dertig per jaar. Het doel was niet om het aantal robotoperaties zo snel mogelijk op te drijven, maar om de techniek gecontroleerd te integreren en bij elke stap de medische kwaliteit te bewaken.
Rustig gestart, bewust gegroeid.
“Eén van onze kernwaarden is gezond innovatief“, zegt dr. De Praetere. “Ik denk dat dat hier heel mooi gereflecteerd wordt. We zijn heel rustig gestart, met duidelijke selectievoorwaarden voor onze patiënten.“
Naarmate de ervaring toenam en de samenwerking binnen het Hartcentrum verder werd uitgebouwd, groeide het programma. De laatste jaren voert het team ongeveer honderd robotgeassisteerde ingrepen per jaar uit. Op een totaal van ongeveer vijfhonderd hartoperaties is dat één op vijf. Hartcentrum Bonheiden-Lier behoort daarmee tot de centra met de meeste ervaring in België.

Niet kiezen tussen een stent of een operatie
De groei van het programma hing nauw samen met de ontwikkeling van hybride behandelstrategieën binnen het Hartcentrum, en met de manier waarop cardiologen en cardiochirurgen samen naar kransslagaderlijden kijken.
Een patiënt met vernauwingen in meerdere kransslagaders heeft niet noodzakelijk baat bij dezelfde behandeling voor elk bloedvat. Sommige vernauwingen kunnen goed met een stent worden behandeld. Voor andere bloedvaten kan een chirurgische overbrugging op lange termijn de beste oplossing zijn.
Daarom wordt binnen het Hartcentrum steeds vaker gekozen voor een hybride strategie. Een patiënt kan stents krijgen voor bepaalde vernauwingen en een robotgeassisteerde overbrugging voor de kransslagaders waar chirurgie op lange termijn meerwaarde biedt. Volgens dr. De Praetere is die hybride aanpak intussen ook in de richtlijnen erkend als behandelingsstrategie voor kransslagaderlijden.
Elke patiënt wordt vooraf besproken in het hartteam. Radiologen, cardiologen van verschillende subdisciplines, cardiochirurgen en waar nodig andere disciplines beoordelen samen de beeldvorming, de plaats en ernst van de vernauwingen, de leeftijd, andere aandoeningen en het volledige klinische beeld. Voor eenzelfde ziekte bestaan verschillende oplossingen. Welke de juiste is, hangt af van de individuele patiënt.
“We denken veel meer na over de invasiviteit voor de patiënt“, zegt dr. De Praetere. “Maar de kwaliteit op lange termijn moet altijd bewaard blijven. Ik geloof niet dat je alles minimaal invasief kunt doen, omdat je dan compromissen kunt sluiten naar kwaliteit. Waar het wel kan, geeft het een groot voordeel.“

Wat de patiënt ervan merkt
De robotgeassisteerde operatie duurt niet noodzakelijk korter dan een klassieke ingreep. Het belangrijkste verschil wordt zichtbaar tijdens het herstel.
Na een klassieke overbruggingsoperatie verblijft een patiënt gemiddeld zes tot zeven dagen in het ziekenhuis. Na een robotgeassisteerde ingreep is dat volgens dr. De Praetere doorgaans drie tot vier dagen. Voor ze naar huis gaan, hebben patiënten in het ziekenhuis al gewandeld, op een hometrainer gefietst en trappen genomen.
Verschillende factoren dragen bij aan dat snellere herstel. De toegang tot het hart verloopt via kleinere incisies. Aangepaste anesthesietechnieken zorgen ervoor dat patiënten snel wakker zijn en vroeger kunnen beginnen bewegen. De pijn is onmiddellijk na de operatie niet noodzakelijk minder dan bij een klassieke ingreep, nuanceert De Praetere, maar ze trekt sneller weg.
Mogelijk speelt ook een mentaal effect mee. Omdat patiënten geen grote wonde over het borstbeen zien, hebben ze soms minder het gevoel dat ze een zware operatie hebben ondergaan. Dat kan hen helpen om sneller opnieuw te durven bewegen.
Tegelijk blijft een realistisch verwachtingspatroon belangrijk. “Het is en blijft hartchirurgie. Patiënten zijn zelfredzaam wanneer ze naar huis gaan, maar de eerste weken kan er nog vermoeidheid zijn. Het is niet omdat de incisies kleiner zijn dat er niets gebeurd is.“
Kwaliteit die je moet kunnen aantonen
Een kleinere incisie is alleen een voordeel wanneer de medische kwaliteit van de ingreep behouden blijft.
Daarom worden de resultaten van alle operaties systematisch bijgehouden en geanalyseerd. Het centrum nam ook deel aan een grote Europese registratie waarin de resultaten en veiligheid van de techniek werden opgevolgd. Daarnaast wil het team de eigen patiëntenpopulatie verder onderzoeken om nog beter te bepalen welke patiënten het meeste voordeel halen uit deze aanpak.
“Je moet innovatief zijn, maar tegelijk bewaken dat de kwaliteit hetzelfde blijft”, vat De Praetere het samen. “Dat is voor ons het allerbelangrijkste.“


Voorbereid van de eerste raadpleging tot de revalidatie
De zorg rond een robotgeassisteerde operatie begint lang voor de patiënt de operatiezaal binnenkomt.
Na de bespreking in het hartteam wordt de patiënt uitgenodigd op de raadpleging. De chirurg neemt daar minstens een halfuur de tijd om uit te leggen wat de ingreep inhoudt, hoe ze verloopt en wat de patiënt tijdens het herstel mag verwachten. In de week voor de operatie volgt een infosessie binnen het zorgpad. Medewerkers van intensieve zorgen, kinesitherapie en de verpleegafdeling bereiden de patiënt voor op de stappen vóór, tijdens en na de operatie. De dag voor de ingreep komt de chirurg opnieuw langs om te horen of er nog vragen zijn.
Dat traject geldt voor alle hartchirurgische patiënten, niet alleen voor wie met de robot wordt geopereerd.
Een team in en buiten de operatiezaal
Een robotgeassisteerde hartoperatie is niet het werk van één arts.
Binnen het minimaal invasieve programma werken cardiochirurgen dr. Herbert De Praetere, dr. Filip Haenen en dr. Michiel Marynissen samen met een gespecialiseerd team. Anesthesisten stemmen hun aanpak af op deze specifieke techniek. Perfusionisten staan standby. Operatieverpleegkundigen kennen het robotsysteem grondig en weten precies wat de chirurg doet, ook wanneer ze zelf door de beperkte toegang niet alles rechtstreeks kunnen zien.
Het team begint bovendien niet bij de operatiezaal. Cardiologen herkennen en onderzoeken de aandoening. Het hartteam bepaalt gezamenlijk de behandeling. Na de operatie nemen intensieve zorgen en de verpleegafdeling de opvolging over, en begeleiden kinesitherapeuten de patiënt bij het opnieuw bewegen.
Eén groep, twee ziekenhuizen
Alle hartchirurgie vindt plaats in het Imeldaziekenhuis in Bonheiden. Het team achter de zorg is echter breder dan één locatie.
Binnen Hartcentrum Bonheiden-Lier werken de cardiologen van het Imeldaziekenhuis en het Heilig Hartziekenhuis Lier al jaren samen als één groep. De cardiologen in Lier stellen diagnoses, volgen patiënten op en verwijzen hen waar nodig door naar het hartteam en de hartchirurgie in Bonheiden. Jaarlijks worden vanuit Lier meer dan honderd patiënten verwezen voor hartchirurgie. Daarnaast verloopt de samenwerking met AZ Sint-Maarten in Mechelen op een gelijkaardige manier. Hoewel het ziekenhuis geen deel uitmaakt van de groep, is die samenwerking belangrijk binnen de regionale hartzorg.
Die samenwerking draagt mee bij aan het hybride model: patiënten worden over de ziekenhuislocaties heen besproken en waar nodig voor onderzoeken of hartchirurgie naar Bonheiden verwezen.
“De samenwerking met de cardiologen is de laatste jaren alleen maar verbeterd“, zegt De Praetere. “Er is geen drempel meer om patiënten vrijuit te bespreken. We zijn één grote groep, en dat wil ook zeggen dat we als groep kunnen denken.“

Wat er nog komt
De technologie blijft evolueren. De huidige robot wordt gebruikt om via een minimaal invasieve toegang bloedvaten achter het borstbeen vrij te maken. Volgens dr. De Praetere komen er nieuwe generaties operatierobots aan die in de toekomst ook ingrepen in het hart zelf mogelijk maken. Het team onderzoekt daarnaast hoe tijdens eenzelfde ingreep meerdere overbruggingen kunnen worden aangelegd. Ook daar geldt dezelfde voorwaarde als bij de opstart.
Ook de opleiding is intussen veranderd. Toen De Praetere begon, behaalde hij daarvoor als een van de eersten een Europees certificaat. Vandaag komen jonge cardiochirurgen al tijdens hun opleiding met robotchirurgie in aanraking. Hij vergelijkt het met andere vormen van minimaal invasieve chirurgie: wat voor een vorige generatie nieuw was, wordt voor jonge artsen een vertrouwd onderdeel van het vak.
Vijfhonderd ingrepen verder blijft bij elke volgende patiënt dezelfde vraag centraal staan: welke behandeling biedt voor deze patiënt het beste resultaat? Zolang die vraag het uitgangspunt is, is de operatierobot precies wat hij hoort te zijn. Geen doel op zich, maar een middel om de best passende zorg mogelijk te maken.
Deel dit bericht op sociale media
Een snelle en juiste diagnose stellen en een correcte behandeling starten zijn cruciaal bij hartziekten. Raadpleeg bij twijfel altijd je arts.