Autorijden na een pacemaker of ICD

Uw rijbewijs en wettelijke verplichtingen stap voor stap uitgelegd
Hebt u vragen over uw rijgeschiktheid? Maak een afspraak.

Wat u moet weten over uw rijbewijs, verzekering en de wettelijke stappen

Wanneer een pacemaker of defibrillator (algemeen ‘CIED’ genoemd: cardiac implantable electronic device) geplaatst wordt, is het belangrijk om stil te staan bij uw rijgeschiktheid. Niet iedereen is zich ervan bewust dat dit ook wettelijke gevolgen heeft voor het rijbewijs en de verzekering.

Onderstaande informatie is bedoeld voor patiënten, hun familie en zorgverleners binnen het Hartcentrum Bonheiden-Lier. Ze is gebaseerd op de richtlijnen van het Vias instituut (afdeling CARA) en de geldende Koninklijke Besluiten.

Wat zegt de wet?

Volgens het Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 betreffende het Rijbewijs en meer bepaald de medische normen uit de bijlage 6, moet elke bestuurder lichamelijk en geestelijk geschikt zijn om veilig te rijden.

Voor patiënten met hart- en vaatziekten, waaronder dragers van een pacemaker of ICD, geldt minstens een tijdelijke ongeschiktheid.

Belangrijk:
Na het plaatsen van een pacemaker of ICD bent u automatisch rij-ongeschikt tot het tegendeel is bewezen door een arts via een officieel attest van rijgeschiktheid (Model VII).

Documenten en officiële bronnen

Voor patiënten en zorgverleners die de officiële documenten willen raadplegen (zoals het Model VII en de medische normen uit het Koninklijk Besluit), vindt u een overzicht op de website van CARA en Vias:

https://www.vias.be/nl/particulieren/cara/nuttige-documenten/

Wat betekent dat concreet?

Voor de patiënt

  • Uw rijbewijs is ongeldig.
  • U moet uw rijbewijs binnen vier werkdagen na de implantatie of na kennisname van de aandoening inleveren bij uw gemeente (dienst rijbewijzen).
  • U mag niet rijden, want u heeft geen geldig rijbewijs.
  • Na een medische herkeuring krijgt u een nieuw rijgeschiktheidsattest (Model VII)  van uw (huis)arts, waarmee u een nieuw rijbewijs kunt aanvragen op de gemeente.
  • U mag pas weer rijden van zodra u uw nieuw rijbewijs ontvangen heeft.

Voor de (huis)arts

  • De (huis)arts is verplicht de patiënt hierover te informeren.
  • De (huis)arts kan het rijbewijs niet afnemen, maar moet duidelijk melden dat de patiënt niet rijgeschikt is tot herkeuring en dus niet mag rijden. De (huis)arts maakt beter een ‘ongeschiktheidsattest’ op (Model VII). Dat faciliteert de communicatie van de patiënt op de gemeente, wanneer deze het rijbewijs inlevert.
  • Na de wettelijk bepaalde periode van ongeschiktheid, kan de (huis)arts u opnieuw rijgeschikt verklaren. Daarvoor dient een rijgeschiktheidsattest (Model VII) opgesteld te worden.
  • Indien de arts vermoedt dat een patiënt blijft rijden ondanks duidelijke ongeschiktheid, mag hij dit in uitzonderlijke gevallen melden aan de Procureur Des Konings (Aanbeveling Orde der Artsen, 15/12/1990).

Hoe verloopt de procedure stap voor stap

Stap 1 – Vóór de implantatie

Uw arts licht u in dat u tijdelijk niet mag rijden. De duur van deze periode hangt af van de reden van implantatie, uw hartaandoening (meer info over hartziekten)  en het type toestel.

Stap 2 – Na de implantatie

U ontvangt een attest “rij-ongeschiktheid” (bijlage VII) van uw arts.

De ontslagbrief vermeldt de wettelijke bepaling betreffende de duur van uw rij-ongeschiktheid.

Het is uw verantwoordelijkheid als patiënt om uw rijbewijs binnen vier werkdagen na de implantatie van het CIED of na kennisname van de aandoening in te leveren bij uw gemeente (dienst rijbewijzen). U neemt het rij-ongeschiktheidsattest mee. Dit vergemakkelijkt de communicatie met de gemeente.

Stap 3 – Communicatie naar de huisarts

Uw cardioloog (overzicht van onze artsen) brengt uw huisarts op de hoogte. De (huis)arts volgt uw herstel op en bepaalt wanneer een herkeuring mogelijk is, rekening houdend met de wettelijke bepalingen (KB 23/3/1998, bijlage 6).

Stap 4 – Medische herkeuring

Wanneer uw toestand stabiel is (en na(bij) het verlopen van de wettelijk bepaalde termijn van rijongeschiktheid):

  • laat u een medisch onderzoek uitvoeren bij uw (huis)arts,
  • die vervolgens een rijgeschiktheidsattest Model VII aflevert voor het afleveren van het attest Model VII.

Stap 5 – Nieuw rijbewijs aanvragen

Met dit attest gaat u naar de dienst rijbewijzen van uw gemeente, die een nieuw rijbewijs aflevert. Vanaf het moment dat u uw nieuw rijbewijs in bezit heeft, mag u opnieuw rijden, binnen eventuele beperkingen die op het attest vermeld staan. Hou zelf de einddatum van het rijbewijs in de gaten!

Wat bij een ongeval?

Zolang u geen geldig rijbewijs hebt, bent u juridisch niet rijgeschikt.
Dat heeft gevolgen voor uw verzekering:

  • Als u een ongeval veroorzaakt terwijl u nog niet officieel rijgeschikt bent verklaard, kan uw verzekeraar weigeren tussen te komen, omdat u reed zonder (geldig) rijbewijs.
  • Zelfs bij een ongeval zonder fout aan uw kant kan de burgerlijke aansprakelijkheid in vraag worden gesteld.

Hoe lang mag u niet rijden?

De wachttijd verschilt per situatie:

RIJVERBORD NA PACEMAKER

Groep 1 (= rijbewijs A3, A, B, B+E)  max. rijgeschikt voor 3 jaar: (KB 3/2011)

  • Nieuwe implantatie: 1 maand
  • Na vervanging PM: geen rijverbod
  • Na vervanging elektrode: 1 maand

Groep 2 (rijbewijs C, C+E, D, D+E) max. rijgeschikt voor 1 jaar: (KB 23 maart 1998)

  • Nieuwe implantatie: 3 maand rijongeschikt
  • PM-batterijvervanging: 2 weken rijongeschikt
  • PM-leadvervanging: 3 maand rijongeschikt

RIJVERBOD NA DEFIBRILLATOR

Groep 1 (= rijbewijs A3, A, B, B+E): max. rijgeschikt voor 3 jaar: (KB 3/2011)

  • Nieuwe implantatie (primaire preventie*): 1 maand
  • Nieuwe implantatie (secundaire preventie**): 3 maanden
  • Na elke terechte shock: 3 maanden
  • Na vervanging ICD: geen rijverbod
  • Na vervanging elektrode: 1 maand

Groep 2 (categorie C, C+E, D, D+E, C1, C1+E, D1, D1+E, etc.)

Definitief rijongeschikt
 

* Patiënten met een verhoogd risico op ontstaan van ventrikeltachycardie of ventrikelfibrillatie, zonder dat dit al gebeurd is.

**Patiënten die een levensbedreigende ritmestoornis hebben overleefd.

Meldingsplicht van de arts

Volgens artikel 46 van het KB van 23 maart 1998 moet een arts die vaststelt dat een patiënt niet meer voldoet aan de geneeskundige normen, de betrokkene op de hoogte stellen van de verplichting om zijn rijbewijs in te leveren.

Daarnaast bepaalt een arrest van het Hof van Beroep Antwerpen (31 maart 1998) dat deze informatieplicht “in redelijkheid moet worden beoordeeld”. Wat betekent dat de arts niet aansprakelijk is als een patiënt door eigen kennis of ervaring reeds wist dat hij niet mocht rijden.

Documenten en attesten

Voor de herkeuring van uw rijgeschiktheid zijn de volgende documenten belangrijk:

1. Verklaring op eer

  • Standaardformulier van uw gemeente, waarin u bevestigt dat u geen medische aandoening hebt die uw rijvaardigheid beïnvloedt.
  • Indien u een ICD of pacemaker hebt, in behandeling bent of geweest bent wegens een aandoening van hart en bloedvaten, hartritme, en bloeddruk, of een hartoperatie heeft ondergaan, kan u dit document niet ondertekenen en dient u zich aan te bieden bij een vrij gekozen arts.

2. Medisch attest Model VII

  • Wordt ingevuld door een arts. Het CARA levert ook rijgeschiktheidsattesten af (maar het heeft een andere naam).
  • Dit attest bevestigt uw rijgeschiktheid en vermeldt eventuele beperkingen en de duur van de rijgeschiktheid.
  • U overhandigt dit aan de gemeente om een nieuw rijbewijs aan te vragen.

3. Eventuele doorverwijzing naar CARA

  • Indien bijkomend onderzoek nodig is (bv. functionele test of rijtest).
  • De verwijzing gebeurt door uw arts. Bij elke doorverwijzing moet de medische bundel vragenlijst van het CARA ingevuld worden. Uw cardioloog geeft bij de eerste controle een advies over het hartaspect. Uw huisarts bekijkt daarna de totale gezondheidstoestand en stelt het definitieve attest op (Model VII) op of verwijst door naar CARA. 

De gemeente behoudt de vorige rijbewijsgegevens; het nieuwe rijbewijs wordt enkel afgeleverd op basis van een geldig Model VII. Je moet dus nooit je theorie- of praktijkexamen opnieuw doen.

  •  

Waar kunt u terecht?

CARA – Centrum voor Rijgeschiktheid en Voertuigaanpassingen

Vias Instituut
Haachtsesteenweg 1405, 1130 Brussel
📞 02 244 15 52
✉️ cara@vias.be
🌐 www.cara.be

Departement Mobiliteit en Openbare Werken – Vlaanderen

Overzicht medische normen en attesten:
🌐 www.vlaanderen.be/rijgeschiktheid 

Een snelle en juiste diagnose stellen en een correcte behandeling starten zijn cruciaal bij hartziekten. Raadpleeg bij twijfel altijd je arts.